Focus op: bestuursrecht

fotoBestuursrecht is een prachtig vakgebied. En als u als gemeente de spelregels goed kent en volgt, kan dat u ook nog een hoop geld schelen.

Stel, een belanghebbende wil graag een uitkering, maar het college van B&W vindt dat hij niet aan de criteria voldoet. Of een belanghebbende doet een verzoek voor een Wmo voorziening, maar het college geeft hem een mindere voorziening dan hij zou willen hebben. De betreffende materiewet, de WWB of de Wmo in mijn voorbeelden, regelt de feitelijke aanspraak op de uitkering of voorziening. Is de cliënt het niet eens met de uitspraak van het college, dan kan hij gaan procederen. Zo'n geschil gaat via het bestuursrechtelijke pad. De wet die we daarvoor hebben is de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb).

Komt u als gemeente bij de bestuursrechter terecht, omdat u een uitkering of voorziening zou moeten verstrekken, of juist wilt terugvorderen, dan krijgt u te maken met de spelregels van het bestuursrecht. Als uw gemeente fouten heeft gemaakt met het buiten behandeling stellen van een aanvraag en de aanvraag wordt alsnog afgewezen door de bestuursrechter, dan zult u toch worden veroordeeld tot het betalen van de proceskosten. En zeker als het gaat over een verzoek bijzondere bijstand van pakweg € 200, dan is duizend euro proceskosten wel zonde. Anders gezegd: materieel kunt u wel gelijk hebben, maar als u de regels niet goed volgt, kost het toch een hoop geld. Neemt u als gemeente niet tijdig een beslissing, dan kan het u een dwangsom kosten. En maakt u een fout in een terugvorderingprocedure, dan haalt u mogelijk niet het hele bedrag binnen wat u zou kunnen binnenhalen. Er zijn dus genoeg redenen om de regels van het bestuursrecht goed te beheersen.

Voor burgers, maar zelfs ook voor privaatrechterlijke juristen, is bestuursrecht soms moeilijk te bevatten. We zagen het hierboven al: een van de partijen kan gelijk krijgen, maar toch kan de rechter de rechtsgevolgen in stand laten. De 'winnaar' heeft dan dus alleen een procedurele overwinning geboekt, waaraan hij in feite niets heeft. Toch is dat niet waarom het gaat in het bestuursrecht. Het gaat erom zaken te regelen - in ons geval die bijstandsuitkeringen of die Wmo-voorziening - en geschillen op te lossen.

In een aantal gevallen wordt het bestuursrecht door de wetgever gebruikt om bepaalde zaken te regelen. In het verleden werd bijvoorbeeld de invoering van bestuursrechtelijke schulden via de vakwetten geregeld. De WWB had een aantal eigen invoeringsbepalingen, maar sommige wetten hadden andere of helemaal geen bepalingen. In 2009 werd 'de vierde tranche' ingevoerd, waarin één uniforme regeling voor het bestuursrecht is opgenomen. Daarnaast heeft het bestuursrecht een aantal regels gekregen waardoor de burger een dwangsom mag eisen, in ons geval als het bestuursorgaan niet tijdig beslist. Dat kost onnodig veel geld. Ook die spelregels zult u als gemeente goed moeten beheersen! Andersom: iemand met een bezwaarschrift dat één dag te laat is, is te laat. Onherroepelijk.

Terwijl er maar één Algemene wet bestuursrecht is, wordt die wet soms door verschillende hogere bestuursrechters op verschillende manieren gehanteerd. Dat komt doordat u bij verschillende wetten te maken krijgt met verschillende mogelijkheden van (beroep en) hoger beroep. Als u als gemeente een besluit neemt, kan de belanghebbende daartegen bezwaar aantekenen bij het college. Krijgt hij nul op het rekest, dan kan hij in beroep gaan bij de rechtbank. Verliest hij dat, dan kan hij in hoger beroep. Bij onze sociale zekerheid komt dat hoger beroep terecht bij de Centrale Raad van Beroep. Bij zaken rond de kinderopvang, of bij andere toeslagen van de belastingdienst is niet de Centrale Raad van Beroep de hoogste rechter, maar de Afdeling Bestuursrechtspraak van Raad van State. Dat geldt overigens ook voor al het ruimtelijke bestuursrecht waarmee burgers vaak te maken krijgen, zoals bij milieuvergunningen, bouwvergunningen en parkeervergunningen. Belastingzaken (met uitzondering de toeslagen) komen weer bij het Hof voor belastingzaken. Dan is er nog een kleinere instantie, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en is in sommige gevallen cassatie mogelijk bij de Hoge Raad.

Het zou mooi zijn als er nog eens één uniform Hof voor Bestuursrecht zou komen, dat dan echt de hoogste bestuursrechter zou zijn. Dat zou de kwaliteit van het bestuursrecht ten goede komen. En dan pas krijgt het bestuursrecht echt een volwaardige plek naast het privaatrecht en het strafrecht.

Ik hoop dat ik u in deze Focus Op... wat van mijn passie voor het bestuursrecht heb kunnen meegeven. Schulinck verzorgt overigens ook cursussen op dat gebied. Wilt u meer weten, klik dan op deze site op het cursusaanbod.

Hans Načinovič

zoeken