Focus op: Schuldhulpverlening (deel 1)
Steeds meer huishoudens kampen voor kortere of langere termijn met problematische schulden - schulden die ondanks maximale inspanning niet binnen drie jaar kunnen worden afgelost. In 2008 was dat bijna één op de tien huishoudens, zo blijkt uit cijfers van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Cijfers over 2009 zijn nog niet bekend, maar de verwachting is dat het aantal is gestegen. Mensen die in een problematische schuldensituatie verkeren (schuldenaren) komen vaak bij u als gemeente terecht.
Voor schuldhulpverlening was bij wet niet bijzonder veel geregeld, reden voor inmiddels oud-staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om een wetsvoorstel in te dienen. De staatssecretaris had daarbij het voornemen de rol van de gemeente bij schuldhulpverlening in de wet vast te leggen. Maar als we het wetsvoorstel grondig bestuderen, lijkt ze daarin niet te zijn geslaagd. Klijnsma biedt te weinig instrumenten om de regierol die ze de gemeente wil toebedelen uit te voeren. Het plan dat de gemeente volgens het wetsvoorstel moet opstellen voor schuldhulpverlening, de jaarlijkse verantwoording aan de raad over de uitvoering en de 'eis' dat de gemeente de kwaliteit van de schuldhulpverlening moet gaan borgen, verplichten de gemeente in actie te komen. Helaas ontbreekt het in het wetsvoorstel aan duidelijke handvatten.
Het wetsvoorstel is kort: het omvat maar twaalf artikelen. De Memorie van Toelichting die erbij hoort is echter heel uitgebreid, staat vol 'wensen' en is niet bepaald kritisch te noemen. Laten we eens kijken naar de 'regierol' van de gemeente. Wat houdt die rol in? Regelt u als gemeente de intake en verwijst u de mensen vervolgens door naar allerlei instanties waarmee u samenwerkt? Maar hoe legt u die samenwerking vast? En hoe houdt u een cliënt in het oog? Veel gemeenten besteden hun schuldhulpverlening uit aan bijvoorbeeld een kredietbank. Hoe houdt u als gemeente de regie dan nog in handen? Daarover worden in het wetsvoorstel geen aanbevelingen gedaan.
De nieuwe wet moet een einde maken aan lange wachttijden. Na een verzoek tot schuldhulpverlening moet u binnen vier weken tot actie overgaan. Wordt een schuldenaar bedreigd met huisuitzetting of afsluiting van gas en elektra, dan is die termijn drie werkdagen. Dat lijkt lekker duidelijk en concreet. Maar in haar toelichting pleit Klijnsma ervoor dat u in het plan een nog kortere wachttijd afspreekt. Haalt u uw eigen termijn niet, dan kunt u toch nog binnen de wettelijke termijnen vallen. Een opmerkelijke constructie.
Wanneer de wachttijd ingaat is onduidelijk. Het 'verzoek tot schuldhulpverlening' is niet gedefinieerd in het wetsvoorstel. Het voorstel gaat ervan uit dat de wachttijd start als een schuldenaar zich tot de gemeente wendt met de vraag om schuldhulpverlening. Maar wat is wenden tot? Niet iedere gemeente heeft een loket waar 'schuldhulpverlening' op staat. Gaat de tijd in als iemand het gemeentehuis in loopt? Of als iemand een intake bij de juiste persoon heeft gehad? Is een telefoongesprek genoeg? Een ingevuld formulier met handtekening? Het zou handiger zijn als de wet de gemeente zou verplichten een balie open te stellen voor schuldhulpverlening.
Kwaliteitseisen, moratorium, klachtenregeling, rechten & plichten van gemeente en schuldenaar... over het wetsvoorstel schuldhulpverlening is het laatste woord nog niet gezegd. Volgende week meer! Wilt u nu alvast verder discussiëren over dit onderwerp? Dat kan op forum.schulinck.nl.
Kyra von Weersch
Hoofdredacteur Handboek Schuldhulpverlening
Eerdere focus op:
Burgerbalie
- Rechtopbijstand.nl
- Rechtopminimavoorzieningen.nl
- Rechtopwij.nl
- Rechtopwmo.nl
- Rechtopww.nl
- Rechtopschuldhulpverlening.nl